MAFfe edities, nieuwtjes, verslagen, ...

BRAINS 3.0. Steet Arts: “Met een stadszicht als decor”



Dialoog, publiek, ruimte, en natuurlijk straat: als we tijdens ‘Brains 3.0’ tot een alomvattende definitie van ‘street art’ hadden kunnen komen, hadden deze woorden er ongetwijfeld ingezeten. Maar zo divers de meepraters, hun meningen en hun praktijken, zo divers ook wat er onder de term vervat kan zitten. Vragen werden minstens even vaak opgeroepen als beantwoord, nieuwe inzichten en visies verworven.

“Een zaal zonder muren”: de straat als deel van een creatie

De ‘street’ in ‘street’ art is belangrijk, zo niet essentieel. Maar welke functie vervult de straat? Kike omschrijft ‘de straat’ als de vierde pijler van een street art creatie. De plek waar je een straatperformance opvoert, of kunstwerk neerpoot, is van wezenlijk belang. Dat geldt voor performers, die op zoek gaan naar ‘de goede hoek’ of – in het geval dat ze zich door een wijk of stad bewegen – naar de route met ‘de rijkste decors en krachtigste personages’, maar evengoed voor graffitikunstenaars, die de plekken in een stad kiezen die zij het interessantst vinden en waar ze zich gevoelsmatig tot aangetrokken voelen. De beoefenaars van street art eigenen zich met hun werk de stad toe, en zoeken de esthetische meerwaarde in de plekken die dat voor de doorsnee passant misschien niet hebben.

Street art democratiseert de kunstervaring, en maakt de reacties van het (al dan niet toevallige) publiek minder ‘conventioneel gepusht’.

“Een glimlach van de mensen”: identiteit en functie van het publiek

Als een wezenlijk deel van een performance, zo wordt het ‘publiek’ – zelfs die term is geladen – in het algemeen gezien. Iedereen die van dichtbij of veraf met een straatvoorstelling geconfronteerd wordt, kiest hoe dan ook voor een rol: toeschouwer, decor, participant…, al wordt snel vaag wie wie is. Publiek kijkt naar publiek; publiek wordt performer; publiek blijft of gaat.

En ook op een heel andere manier blijkt publiek essentieel te zijn, want, stelt Kike, een voorstelling bestaat pas als ze voor iemand wordt opgevoerd. Bovendien krijgt ze voor jezelf pas betekenis, een emotionele lading, als er van het publiek ‘iets’ terugkomt, als ze geraakt worden. Of zoals Gerardo het stelt: “kunst is transactie”, maar niet noodzakelijk in financiële zin. Een performer is op zoek naar een reactie, energie, een glimlach.
Bovendien bereik je met street art een heel ander publiek dan normaal; zij die geen kaartjes voor theater, opera of musea zullen kopen, komen via street art toch in aanraking met kunst.

“Een vorm van anarchie en bandeloosheid is nodig”: street art als statement

Dat een statement maken toch dé ziel van street art is, stelt Thomas halverwege zaterdagnamiddag, en dat het doorbreken van regels een deel van hun bestaansreden is. En dat – nog een stapje verder – anarchie misschien wel dé essentie is, wordt regelmatig geopperd. Want wordt door acties te legaliseren niet vaak aan hun punt voorbij gegaan? Deels klopt dat, maar voor sommige artiesten, bijvoorbeeld een deel van de graffitikunstenaars, gaat dit niet op. Hoewel zij ontstaan zijn met het doel een politieke, sociale of protestboodschap te brengen, is dat al langer niet meer hun focus, en is dat (bij ons) contradictorisch genoeg ook niet meer toegelaten. Het draait nu vaker om het creëren van een leuke blikvanger, het ontlokken van een glimlach op het gezicht van passanten.

Toch kan elke interventie in de ruimte gezien worden als een statement: straatartiesten stellen de (openbare) ruimte en zijn regels terug in vraag, en ook daarin zit een sterke boodschap. ‘De openbare ruimte als politieke ruimte’, zoals door Thomas geponeerd werd. Ook wat betreft graffiti blijkt een ‘guerilla’-element niet volledig onbelangrijk te zijn, want niet elke tekening op een muur – denk stadsdichters of stripmuren – kan onder de graffitivlag varen.

“Een artistieke interventie in het dagelijks leven”: de missie van street art

De blik van mensen op hun alledaagse realiteit veranderen, door het format, het kader, de context, de regels of gewoon die werkelijkheid zelf te herschapen: zo kan in één zin het doel van street art samengevat worden.

Door veranderingen aan te brengen in een omgeving, of door de manier waarop deze omgeving bekeken wordt te veranderen, beleven het publiek of de toeschouwers het alledaagse op een andere manier, krijgen ze een nieuwe relatie met hun omgeving en hun leefwereld plotsklaps esthetische meerwaarde. En, om het met Kike zijn woorden te zeggen, ‘realiteit met andere ogen is in principe creativiteit’.

Dit ‘buiten de lijntjes gaan’ creëert wrijving, en dat brengt dialoog met zich mee. Dialoog tussen toeschouwer en artiest, toeschouwer en buurt, maker en buurt,… op het niveau van de voorstelling, maar in sommige gevallen evengoed letterlijk. Street art verbindt.

“Context en creatie als één geheel: dat is schoonheid”: de essentie van street art

Street art staat lijnrecht tegenover wat in een atelier gecreëerd wordt. Pas als je erin slaagt om je creatie zo te implementeren in de openbare ruimte dat het één geheel wordt, kan je echt van street art spreken. Onafhankelijk van de context in de openbare ruimte iets doen of plaatsen is geen street art, want die maakt net gebruik van de omgeving waarin de creatie plaatsvindt of zich bevindt, en speelt erop in. Essentieel hierbij is dat de street art iets toevoegt, dat niet bij het oorspronkelijke opzet hoorde. 
Gebruik makend van en inspelend op de omgeving komt street art door het bredere landschap tot een creatie. Zo zal een graffitikunstenaar zich niet laten tegenhouden door bijvoorbeeld een raam in een muur, maar hier net voordeel uit halen, bijvoorbeeld door in zijn werk een karakter te creëren dat op het raamkozijn zit. Dat is echt street art, gebaseerd op de eigenschappen van de omgeving en geïnspireerd door wat mensen hebben gezien.

In dialoog met de context moet een street art creatie kloppen. Dit betekent daarom niet noodzakelijk dat werk en omgeving naadloos op elkaar aansluiten; het ‘kloppen’ kan ook in een uitgesproken contrast liggen. Een werk in een studio maken en daarna in een stad ‘plakken’ is echter kunstmatig, en zal nooit een dialoog oproepen of doen ontstaan tussen context en creatie.



“Hoe leeft, borrelt de stad?”: de artiest in relatie tot de openbare ruimte

Waar de straat vroeger de plek was waar artiesten heen gingen als ze nergens anders meer terecht konden, is dat nu niet altijd meer het geval: enerzijds is de straat niet meer de plek waar mensen vrij zijn om te doen en laten wat ze willen, maar evengoed wordt het vaker een bewuste keuze: voor sommigen is de straat een tweederangs plek, voor anderen is het net de ‘place to be’, een democratische plek waar alles elkaar vindt. Het bewust kiezen voor de straat in plaats van het ‘officiële circuit’ is ‘part of the game’. Op straat iets tonen is de straat bezetten, een plein of stad bevrijden.
In welke mate koloniseren kunstenaars de openbare ruimte? Want hoewel ze met de alledaagse realiteit werken, creëren ze in hun performances op straat in zekere mate een eigen werkelijkheid. Daarnaast brengen ze ook (kleine of grotere) ‘wijzingen’ aan in een stad, maar sowieso kan je van een stedelijke context moeilijk verwachten dat alles erin hetzelfde blijft.

“Het is tijd dat theater buiten zijn eigen regels gaat”: van zaal naar straat en terug

Benjamin maakte de beweging van zaal naar straat omdat hij graag bezig wou zijn met de dagelijkse realiteit, de wereld die we allemaal delen. Bovendien geeft de straat een vrijheid die in een zaal niet aanwezig is; daar hangt toch een soort beklemming. Ook het publiek benadert je ‘product’ op een andere manier.

In een theaterzaal wordt de wereld om- of verdraait door geluid, licht en dergelijke te isoleren, en zo een groot deel van de ‘echte wereld’ buiten te sluiten. Ook straatartiesten geven hun draai aan de wereld, maar op een volledig andere manier, waarbij ze die wereld omarmen.
Van zaal naar straat: kan de beweging ook in de andere richting? Kan de openbare ruimte op het toneel gebracht worden? Ja, bewijzen projecten als dat van kunstacademie St. Lucas in de Kerkstraat, waarbij het naburige café Tanger volledig werd gereconstrueerd, inclusief het cliënteel en hun handelingen, tot op de minuut.

Met allebei hun eigen troeven, beperkingen en identiteit kunnen zaal en straat een dialoog met elkaar aangaan, en elkaar op een positieve manier beïnvloeden. Dit kan een proces in gang zetten waarbij theater buiten zijn geijkte regels gaat; het is tijd.

Verslag: Charlotte Van Doren

Laat een bericht achter