
“Hi Paulien, remember this?” vraagt mijn iPhone me. Er zweven vandaag 25.325 foto’s en 3.118 video’s in mijn cloud. (Ja, ik weet het. Ik kan nu wel zeggen dat dat cijfer vooral omhoog is gegaan sinds ik bij MAP werk — en ik van iedere WIP en deelsessie tig beelden vastleg; het grootste aandeel zal de afgelopen twee jaar ongetwijfeld voor mijn — you guessed it: tweejarig — zoontje zijn.) Wanneer mijn telefoon een reeks foto’s van tien jaar geleden bundelt tot een album met een cheesy generiek muziekje op de achtergrond, herinner ik.
Ieder WIPCOOP-jaar (van april tot april) werkt MAP rond een thema dat we conceptualiseren, doorheen onze werking meenemen en proberen te delen met ons netwerk. En 2026-2027 staat in het teken van archief en herinneringen. Want we merkten dat er wel wat schort aan dat collectieve geheugen van ons — en ook, een heel klein beetje maar, omdat ons eigen archief een grondige schoonmaakbeurt kon gebruiken. Ik, Paulien, de nieuwste MAPpy ging hiermee aan de slag. Ik dacht na over wat een archief eigenlijk inhoudt. Wat hoort in een archief thuis? Wat zit er in MAP’s archief? Wat zit er in mijn eigen archief? En wat ontbreekt er?
Ik dook onze geschiedenis in en merkte al gauw dat herinneringen in drie soorten archief huizen:
Het Thuisarchief — ook wel het Analoge Archief — dat wat we hebben.
Mijn Thuisarchief zijn de tekeningen aan de muren, het servies dat ik stukje bij beetje verzamelde, de vlekken op de Deense houten tafel. De muffe dagboeken in de kelder, de te kleine kleren in de kast, de monstera die van stekje tot monsterplant uitgroeide. Het zijn de bananen die ik vergeet te eten, de amethisten armband die ik nooit uitdoe, de krassen in het kunststof aanrecht, de crocs van mijn vriend en de crocs van mijn kind.
MAP’s Thuisarchief zijn de honderden flyers, van de Murga’s, van de Mestizo Clubs, van MAF Festivals, van WIPCOOP. De stickers en pins met de drie MAP-mannetjes, de Antwerpse bierviltjes met reclame op gedrukt en de geprinte persartikels waarin een wel heel jonge Gerardo pronkt. Het zijn de zines die we ieder jaar uitbrengen en de MAPPING boekjes van 2016 die eigenlijk nog in elkaar gestoken moeten worden. Het zijn onze koffietassen in de gedeelde keuken, de vlaggetjes boven Charlottes bureau, de reuzenmand van Lou Bas — de hond van Tine, de stapel notitieboekjes van Mulanga en de glitterstickers op mijn tweede scherm.


Het Broekzakarchief — ook wel het Digitale Archief — dat wat we meedragen.
Dat zijn in mijn geval dus die 25.325 foto’s en 3.118 video’s in de cloud. Maar ook een publieke databank van 15+ jaar aan gênante posts op sociale media (zoals dit verhelderende gedicht uit 2011 op Facebook “Swag.”), ellenlange gesprekken onderaan statusupdates met mijn high school besties en héél veel tekeningen. Een archief van oude story’s van knallende feestjes, plantaardige maaltijden toen ik nog vegan was en tevergeefse oproepen tot staakt-het-vuren. E-mails naar leerkrachten met een prangende vraag over een taak en facturen van spullen die ik niet nodig heb.
MAP’s Broekzakarchief bestaat uit onze nieuwe website (en onze oude website die niet meer publiek is, maar die wij soms nog als bron gebruiken). Onze sociale media-kanalen: de courante die we liever zouden ruilen voor de minder courante, waarop we (oké, *ik) weliswaar vergeten posten. Onze mailwisselingen met collega’s, artiesten en partners, onze gedeelde agenda vol vergaderingen, voorstellingen en deadlines. Het zijn de WIPCOOP-captaties, de duizenden foto’s en kandidaturen van artiesten.

Het Hoofdarchief — ook wel het Immateriële Archief — dat wat we onthouden.
Dat zijn herinneringen die nooit materieel werden, maar die we kennen, weten, soms delen met anderen.
Het is de geur van het huis van mijn grootouders, de route die ik zonder nadenken naar mijn vriendin fiets, het is het dansje dat ik leerde toen ik acht was en maar niet kan vergeten. De handen die ik schud, de drie kussen die ik geef wanneer mijn schoonmoeder jarig is, de allesbehalve Italiaanse spaghetti bolognese die ik zoals mama maak.
MAP’s Hoofdarchief zijn de verhalen die tijdens de lunchpauze worden verteld. Het zijn de ontmoetingen met makers die blijven nazinderen, de karaoke’s die (gelukkig maar) niet werden vastgelegd, de meetings waar samenwerkingen ontstaan. Het is de geur van vinyl in ons bureau, de tranen tijdens een voorstelling, een staande ovatie.

Deze drie archieven brengen al heel wat herinneringen en zo onze identiteit(en) en geschiedenis in kaart. Toch lijken ze niet helemaal de lading te dekken … Een immaterieel archief is per definitie moeilijk (of helemaal niet) te capteren, dus hoe weten we wanneer dat archief volledig is? Nauwkeurig is? Wat met verloren herinneringen? Die simpelweg verdwenen in de massa aan momenten, die te pijnlijk waren om vast te houden of die we zelf zorgvuldig opborgen. Zoals die ene persoon die ik op mijn iPhone letterlijk uit mijn herinneringen kon bannen door “don’t include this person in my memories” aan te klikken. Een spook in mijn telefoon.
Niet alles wat verdwijnt, verdwijnt vrijwillig.
Een archief hebben is een privilege. Sommige mensen vertrokken met één rugzak. Moesten hun archieven achterlaten. Verzamelingen werden vernietigd. Talen werden verboden. Namen veranderden. Gebruiken verdwenen. Sommige verhalen werden nooit verteld, andere mochten niet verteld worden.
Maar ook die herinneringen bestaan misschien nog wel … ergens?
In een lichaam dat iets onthoudt wat woorden vergeten zijn. In iemand anders’ archief. In de rivieren in de lucht (zoals Elif Shafak zo mooi schrijft).
En wat met mensen die nooit de kans kregen om een archief op te bouwen? De herinneringen die nooit herinneringen konden worden. Ideeën die nooit uitgesproken werden. Liefdes die niet mochten bestaan. Talen die nooit geleerd konden worden. Voorstellingen die nooit gemaakt werden. Levens die werden afgebroken nog voor ze hun eigen geschiedenis konden schrijven. Ook zij laten sporen na.
Het Spookarchief — ook wel het Ontbrekende Archief — dat wat ons achtervolgt.
De herinneringen die we niet mogen, kunnen of willen herinneren … Misschien vormen zij ons nog het meest.
Dit jaar willen we sleutelen aan ons collectieve geheugen. We weten dat we het verleden niet kunnen herstellen, maar we kunnen wel kiezen waar we vandaag ruimte voor maken. We willen dozen openen, letterlijk: de oude affiches uitrollen, de harde schijven afstoffen, de verhalen opnieuw vertellen. Maar we willen ook kijken naar wat niet in onze dozen zit. Wie ontbreekt? Welke verhalen werden nooit opgeschreven? Welke stemmen verdwenen onderweg? Welke herinneringen leven alleen nog voort in iemand anders’ hoofd?
En voilà, daar zijn we dan … nu, hier.
Deze tekst is mijn startpunt. De komende maanden deel ik wat ik tegenkom in die duizenden foto’s, affiches, flyers, e-mails, video’s, notities, programmaboekjes, persartikels en digitale mappen waarvan niemand nog weet waarom ze eigenlijk bestaan. Tegelijk probeer ik iets te archiveren wat zich eigenlijk niet laat archiveren. Duizenden gesprekken, ontmoetingen, twijfels, ideeën, mislukkingen, vriendschappen, spontane koffies, nachtelijke brainstorms, artiesten die elkaar vonden.
Ik ben benieuwd wat we onderweg zullen terugvinden … Keep you posted!
x
P